Historie

Holthees - Eendracht.

Het dorp Houthese, letterlijk en figuurlijk niet van gisteren, staat al in de eerste helft van de 14de eeuw op de Gelders-Venraijse rol van inkomsten en uitgaven. Ietwat later, in 1359, maakte het buurtschap deel uit van een soort bufferzone tussen het Land van Kessel en het Gelderse leengebied van Vierlingsbeek. Er is dan sprake van een “lantweringhe tot Houthese”. Een aarden verdedigingsschans. Om gewapende onruststokers te stoppen. Want het is dan al jaren hommeles aan de grens. Door de broederstrijd tussen Reinoud en Edward van Gelre over de hertogstitel en over de bijkomende bezittingen en inkomsten. Met af en aan, over en weer, schermutselingen en overvallen door benden. Hierbij waren ook Jan Boc III van (Box)Meer en Jan van Kuilenburg betrokken. Zij steunden (1353) Edward. Of deze twee strijdmakkers ook persoonlijke vrienden waren, is onbekend. Maar zal wel: Jan Boc’s (erf)dochter Johanna trouwde direct na het luwen van de onlusten met Peter, de zoon van Jan van Kuijlenburg. In 1361.

Deze woelige periode viel samen – en niet toevallig – met de waarschijnlijke oprichting van het Holthese O.L.Vrouwegilde. Deze sterke broederschap bezit een schriftelijk en getekende oorkonde (1822) die verwijst naar een gildenbrief uit 1340. Maar het gilde is nog ouder. De tekst zegt immers dat in “1340 .. deze gilde nogmaals is vernieuwd“. Deze beschermende broederschap mag dan ook gerust beschouwd worden als een van de oudste gilden in de gemeente Boxmeer en het Land van Cuijk. Waarmee tegelijk ook is aangetoond dat ‘die van Holthees’ – hoe klein het buurtschap toen ook was – al vroeg begrepen dat alléén (een broederlijke) samenwerking een veilig ‘welzijn’ mogelijk maakt. Dat werd trouwens ook op bestuurlijk terrein in praktijk gebracht. Slim, bijdehand en wijs werkte Holthees al in die tijd intensief samen met Maashees. Eén schepenbank: eendracht maakt immers macht. Toch? Maar hoe eng ook de band met Maashees, het Brabantse Holthees kan niet los gezien worden van een andere buurtschap: net over de grensbeek. Het Venraijse De Smakt.

De witte kapel van Holthees, toegewijd aan Onze Lieve Vrouwe van Zeven Smarten, werd – zo denkt men - ergens in de 15de eeuw gebouwd. Tussen kasteel Makken en de kom van het dorp. De dorpelingen hoefden dan niet meer de lange weg te gaan naar de parochiekerk van Sint Laurentius. Althans voor de missen. Dopen, trouwen en begraven moest wel in Vierlingsbeek gebeuren. Een regel die trouwens ook gold voor de andere kapellen onder de moederkerk: die van Vortum, Groeningen en Overloon (tot 1538). Deze kapel is zeker ouder dan de eerste vermelding in de ‘Pouillé’s (kerkelijke registers) van het dekenaat Cuijk’: “Capella de Houtheze (ten Hout) et altare s. Marie annexa”. In dat genoemde jaar, 1464, werd de kapel door kerkelijke instanties gevisiteerd. Dat kon alleen maar gebeuren wanneer het gebedehuis al ‘in bedrijf’ was. Ook het gegeven dat het gilde al in (of vóór) 1340 de naam droeg van O.L. Vrouw duidt er op dat er in die tijd in Holthees al een Mariakapel was.

Ook deze kleine pelgrimskapel werd in 1648 dichtgetimmerd. Bijgevolg moest Holthees weer naar Vierlingsbeek. Naar de schuurkerk. Of naar die in Overloon. Bekend is overigens dat de dorpelingen ook (soms) de diensten mochten bijwonen in de slotkapel van Makken. Niet altijd even prettig voor de kasteelheer. Hij, ook heer van Venraij, zocht een oplossing en vond die snel. Over de grensbeek in het gehucht De Smakt. In het Land van Kessel/Venraij, waar het roomse geloof vrij kon worden beleden. Een lap woeste grond voor een klein godshuis. In 1699 werd die nieuwe kapel ingewijd. Zorgvader Sint Jozef was verheugd. Hij werd altaarpatroon.

In de loop der tijd verviel de oude Holthese Mariakapel door gebrek aan onderhoud. Dicht en dood. De devotie had zich dan al verplaatst naar De Smakt. Sint Jozef deed het daar uitstekend, gezien het votiefzilver dat bewaard is gebleven. Maar ja. In vergelijking met de brede, algemene ‘genezingskracht’ van zijn Lieve Vrouw in Holthees, was en is hij – St. Jozef van De Smakt– een specialist: huwelijksmakelaar. In het bijzonder – tot op de dag van vandaag - aangeroepen door vrouwen die een ‘goede’ man zochten en door eenzame vrijgezellen die het alleen zijn moe waren. En wat ‘anders’ wilden. Geen nood echter als Jozef eens geen gehoor gaf: dan was er nog altijd de kermispret in Loon, Rooij, Mazès of Beek.

Ruim na de Franse Tijd ‘nam’ Holthees de Mariakapel terug. Na aarzeling. want het inmiddels geheel verwaarloosde gebouw had men eigenlijk niet nodig omdat men toch naar De Smakt ter kerke ging. Maar vooruit. Als de heer pastoor van Maashees - niet meer die van Vierlingsbeek – zo graag eens in de week de mis in Holthees wilde lezen: gaat gerust Uw Hoogeerwaarde gang. Die kerkgang ging inderdaad kalm, vredig en rustig door. Tot oktober 1944. Toen gooide de Tweede Wereldoorlog letterlijk roet in het eten. Met hevig granaatvuur en bombardementen . Zo kreeg ook Holthees, naast Maashees en Overloon in de frontlinie, de nodige rampspoed voor zijn kiezen. Na de oorlog werd de beschadigde Mariakapel met grote dorpse inzet en liefde prachtig gerestaureeerd. En in ere hersteld. Bediend door de paters vanuit De Smakt. Tot 1997. Toen viel het doek en werd de kapel gesloten. Na pakweg 650 jaar trouwe dienst.

Het gebouw, zowel binnen als buiten een lust, rust en must, wordt nu met alle eer en waardigheid door een Stichting gebruikt voor hoogstaande cultureel-artistieke evenementen.

Het tweede monument van Holthees is het oorlogsmonument aan de St. Jozeflaan. In 1999 onthuld, geeft het de 18 namen van oorlogsslachtoffers: “Ter Herinnering. De Tijd gaat voorbij. Vrede is kostbaar”.

Was het, zo’n 600 jaar geleden al, voor Holthees duidelijk dat hechte samenwerking een noodzaak is om te overleven, anno vandaag valt het op dat de gemeenschap nog steeds als één man opstaat wanneer arrogante derden en betweters de dorpelingen, buiten in- en samenspraak om, willen voorschrijven hoe ‘het moet’. De messen worden dan geslepen. Het dorp laat zijn tanden zien en de handen gaan letterlijk uit de mouwen. Wel klein, maar dapper. En zeker groots. Mooier nog: vaak met succes!

Bronnen:
G. Bannenberg, A. Frenken en H. Hens, “De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek, in de 15de- en 16de-eeuwse registers”. Nijmegen, 1968. Deel I en II.
Rien van den Brand, Hans Dittner, Ron Stevens, Jan Thijssen, “Grenzen Verlegd”, Uitgave: Stichting ‘de Oude Schoenendoos’, Vierlingsbeek 1997. Uitgeverij: Ten Brink (Meppel). ISBN 90-804119-1-4. Bronnen:
Rien van den Brand en Harm Douma, “Land van Cuijk, 33 dorpen en één stad”. Uitgave: Historische Kring Land van Cuijk. Boxmeer 2002. ISBN 9070336561 (uitverkocht).
Herman Jan van Cuijk, “Gilden-Zilver-Gildenzilver”, Uitgave: Kring van schuttersgilden Land van Cuijk. Boxmeer 2008.
Herman Jan van Cuijk, “Facetten uit de historie van Boxmeer en haar 11 dorpen”, Eigen beheer. Boxmeer 2007. ISBN 9789070336141.
Herman Jan van Cuijk, huisarchief.

Leave your comments

Post comment as a guest

0
  • No comments found